Deze pagina is enkel en alleen gemaakt voor en door de nakomelingen van ISIDOOR DEVRIENDT.
Niks hiervan mag door anderen gekopieerd of gebruikt worden.

Familie Devriendt

Foto van Gerard Devriendt en Martha Stevens met hun 9 kinderen, Rita, Mieke, Toon, Irène, Roger, Marie-José, André, Lieve en Leen


Beluister hieronder de podcast die AI maakte op basis van het naslagwerk dat Isidoor Devriendt ons naliet. 

Het Levensverhaal zelf is in verkorte versie te lezen onder de foto's. 


Foto's uit het naslagwerk


Levensverhaal van Isidoor Devriendt

Opgetekend door hemzelf – herschreven tot leesbare vorm door Copilot

1. Inleiding

Deze herinneringen zijn opgedragen aan mijn kinderen, mijn kleinkinderen en mijn achterkleinkinderen.

Mijn kinderen hebben mij gevraagd mijn levensherinneringen op te schrijven. Ik wil dit wel doen, ter ere Gods. Die kinderen weten niet hoe lastig zoiets is voor hun vader, maar misschien geldt het als een wenk van de Goddelijke Voorzienigheid. Daarom wil ik het doen.

Nu ik over de tachtig ben en veel heb ondervonden, wil ik de Goddelijke Voorzienigheid loven en danken. Hoor maar.

2. Grootouders en familieoorsprong

Mijn grootvader heette Charles Devriendt (1829–1877) en zijn eerste vrouw was Juliana Rommelaere (1832–1863).
Uit dit huwelijk sproten drie kinderen voort:

  • Isidoor
  • Pelagie
  • mijn vader Hippoliet Devriendt (1861–1945)

In 1863 stierf mijn grootmoeder Juliana. Grootvader Charles hertrouwde met Romanie Catrysse, een boerendochter. Uit dit tweede huwelijk werden nog zeven kinderen geboren:

Emil, Aloïs, Jérome, Richard, August, Julie en Leonie.

Toen grootvader Charles Devriendt in 1877 overleed, hertrouwde Romanie Catrysse met Désiré Toortboom. Deze Désiré werd mijn peter.

3. De kinderen van grootvader Charles

Oom Isidoor is vroeg gestorven.
Tante Pelagie trad in bij de Zusters van Handzame en sleet bijna heel haar leven in het klooster van Edewalle, waar ze ook werd begraven. Ze zag een beetje scheel, maar het was een braaf zustertje. Wij gingen haar graag bezoeken; we werden altijd goed ontvangen.

Van mijn vader Hippoliet weet ik het meest. Over hem zal ik later meer vertellen.

Oom Emil (Miel) werd boerenknecht en woonde met zijn gezin lange tijd bij Diksmuide. Hij kreeg drie kinderen: Honoré, Zulma en Prosper. Vader was peter van Prosper.

Oom Aloïs was bakker in Edewalle en een grote duivenliefhebber. Het ging goed in de bakkerij. Hij was getrouwd met Emilie Hillewaere, dochter van een bakker in de buurt. Later gaf hij het bakkersbedrijf op en begon een gist­handel. Met paard en kar reed hij van bakker naar bakker in Koekelare, Moere, Zande, Leke, Keiem, Beerst, Vladslo, Bovekerke, Handzame, Kortemark, Torhout, Eernegem en Ichtegem.

Hij kreeg vijf kinderen: Cyriel, Alice, Julie, Yvonne en Imelda. Mijn moeder was meter van Imelda.

4. Vader Hippoliet Devriendt

Mijn vader Hippoliet was een kind uit het eerste huwelijk van Charles Devriendt. Toen zijn stiefmoeder drie of vier kinderen had, namen drie broers van Charles – die in Gits woonden – Hippoliet mee.

Eén van deze broers trouwde en ging boeren in Handzame, richting Diksmuide. Van daaruit zal vader twee jaar school gelopen hebben in het college van Diksmuide. Of vader goed kon lezen en schrijven weet ik niet zeker, maar hij kon zijn handtekening zetten.

Voor de eerste oogst kocht hij 's zondags "De Vlaming". Hij las de koppen en liet ons de rest voorlezen.

5. Moeders familie – Steen

Moeders vader heette Jozef Steen (1815–1862) en haar moeder Caroline Boddez (1816–1877).

Uit dit huwelijk werden negen kinderen geboren, allen te Vladslo:

Louis, August, Marie-Theresia, Octavie, Julie, Constant, Aloïs, Louise en Rosalie.

Oom Louis Steen had in Vladslo een grote boerderij, eigendom van baron Van Crombrugge. Hij was getrouwd met Leonie De Bruyne en kreeg zes kinderen: Elisa, Leonie, Elodie, Alfons, Maurice en Oscar.

Wij waren altijd welkom bij oom Louis. Hij was peter van mijn moeder. Met nieuwjaar kreeg zijn petekind steeds een mooi stuk varkensvlees – wat in die harde tijden zeer welkom was.

6. Jeugdjaren van Isidoor

Mijn kinderjaren kende weinig rust. Na mijn geboorte in Bovekerke verbleef ons gezin achtereenvolgens:

  • drie jaar in Bovekerke,
  • drie jaar in Koekelare,
  • twee jaar in Zande,
  • en daarna lange tijd in Leke.

Toen ik nog klein was, zag ik reeds hoe hard mijn ouders moesten werken om het gezin overeind te houden. Het boerenleven was zwaar en onzeker. Oogsten mislukten, vee ging verloren door ziekte, en geld was schaars.

Toch herinner ik mij ook warme momenten: het samenzijn aan de haard, het gebed 's morgens, vóór en na het eten, en 's avonds. Dat hoorde bij het leven en daaraan werd nooit getornd.

7. Eerste werkjaren – boerenknecht en leerjongen

Na mijn eerste communie begon voor mij het echte werkleven. School was voorbij. Ik werd "uitbesteed" als boerenjongen, zoals dat toen heette.

Ik werkte bij verschillende boeren in de streek. Het werk was zwaar:
's morgens vroeg opstaan, koeien melken, mest ruimen, land bewerken, en 's avonds laat nog in de stal.

Ik werd boerenknecht voor een schamel loon, vaak betaald in natura. Toch leerde ik daar wat werken was, wat volhouden betekende, en wat het leven eiste.

Die jaren hebben mij gevormd.

8. Bij de Jezuïeten in Gent

Op een bepaald ogenblik kwam ik terecht bij de Jezuïeten in Gent, in dienst als knecht.

Dat was een wereld die ik nog niet kende. Er was orde, regelmaat en discipline. Ik werkte er hard, maar ik voelde ook dat men mij waardeerde.

Bij de paters leerde ik niet alleen werken, maar ook nadenken.
Mijn geloof werd er dieper, rustiger, minder angstig.
Ik begon te begrijpen dat mijn leven richting had.

Die periode heeft een blijvende indruk nagelaten.

9. Het begin van een eigen leven

Na mijn tijd bij de Jezuïeten keerde ik terug naar de streek. Ik werkte opnieuw als knecht, maar nu met het vaste voornemen ooit iets op eigen benen te doen.

Ik spaarde wat ik kon. Geen cent werd verspild. Alles ging naar later.

Het leven lachte ons echter niet tegemoet.

10. De Eerste Wereldoorlog

Toen de oorlog van 1914 uitbrak, werd alles op zijn kop gezet.

Wij leefden aan het frontgebied. Schoten, granaten, vluchtelingen, vreemde soldaten — het werd dagelijkse realiteit.

We zagen huizen verwoest worden, mensen verdwijnen, angst en onzekerheid heersten overal. Toch bleven we, zolang het kon, in Leke werken en leven, tot de situatie onhoudbaar werd.

11. Vlucht naar Lokeren

Uiteindelijk moesten wij vluchten. Met wat we konden meedragen, trokken we weg van ons huis en onze grond.

Na omzwervingen kwamen we terecht in Lokeren, waar we opnieuw van nul moesten beginnen.

Ik weet nog goed hoe het voelde:
alles kwijt, maar de handen nog intact,
het geloof niet verloren,
en de wil om opnieuw te beginnen sterker dan ooit.

12. Ontmoeting met Julia Parmentier

In het jaar 1911, na mijn terugkeer uit Frankrijk waar ik als seizoenarbeider had gewerkt, begon ik mij stillaan te settelen in Leke. Ik werkte als tuinier en verkocht groenten op de markt. Dat was hard werken, maar ik voelde dat ik eindelijk iets van mezelf opbouwde.

Op een van die marktdagen ontmoette ik Julia Parmentier, afkomstig uit Kortemark. Ze verkocht kunstbloemen samen met haar zusters. Ze viel mij meteen op door haar ernst, haar plichtsgevoel en haar sterke wil. Ze sprak weinig, maar wat ze zei, meende ze.

Onze kennismaking verliep rustig. We zagen elkaar aanvankelijk enkel op de markt of bij korte wandelingen. Alleen uitgaan was in die tijd ongehoord; alles gebeurde onder het toezicht van familie en omgeving.

Na verloop van tijd werd het duidelijk dat wij samen verder wilden gaan.

13. Het huwelijk

Op 26 november 1912 traden wij in het huwelijk in de kerk van Kortemark.

Van mijn kant waren aanwezig:

  • mijn vader en moeder,
  • mijn broers en zusters die konden komen.

Van Julia's kant waren aanwezig:

  • haar vader Richard Parmentier,
  • haar zusters Arsène, Antoinette en Marie.

Dat was het volledige gezelschap. Geen groot vertoon, geen luxe, maar eenvoud en ernst. Zo hoorde het.

Na het huwelijk vestigden wij ons in Leke, waar ik reeds werkte als tuinier en kleine handelaar in groenten en planten.

14. De eerste huwelijksjaren

De eerste jaren van ons huwelijk waren zwaar maar hoopvol. We leefden zuinig, elke frank werd driemaal omgedraaid. Ik werkte van 's morgens vroeg tot 's avonds laat:

  • tuinieren,
  • zaaien en planten,
  • oogsten,
  • verkopen op de markt,
  • soms bijkomende werken bij boeren.

Julia hielp waar ze kon, maar zorgde vooral voor het huishouden. Ze was streng voor zichzelf en voor anderen, maar rechtvaardig. We hadden niet altijd dezelfde aard, maar we deelden hetzelfde doel: vooruitgaan en overleven.

15. De geboorte van de kinderen in Leke

In Leke werden onze eerste kinderen geboren:

  1. Esther – geboren op 21 september 1913
  2. Maria – geboren op 8 september 1914
  3. Germaine – geboren op 5 november 1915
  4. Valère – geboren op 15 oktober 1916

Elk kind was een zegen, maar ook een extra zorg. Toch hebben we nooit gezegd: het zijn er te veel. We namen wat ons gegeven werd.

16. Aan de vooravond van de oorlog

Toen de oorlog in augustus 1914 uitbrak, veranderde alles.

Aanvankelijk hoopten we dat het snel voorbij zou zijn. Maar al gauw werd duidelijk dat we in een frontgebied leefden. Soldaten trokken door het dorp. Kanonnen, beschietingen en vluchtelingen werden dagelijkse kost.

Toch bleven we nog een tijd in Leke wonen en werken, zolang het enigszins ging. We wilden ons huis en onze grond niet zomaar achterlaten.

De kinderen waren nog klein. Julia droeg zware lasten. De angst was groot, maar het leven moest doorgaan.

17. Geloof en volharding

In deze jaren hield één ding ons recht:

het geloof.

Elke dag begon en eindigde met gebed. Voor en na het eten werd gebeden. Zondagen werden onderhouden, zelfs wanneer het moeilijk of gevaarlijk was.

We leerden vertrouwen op de Goddelijke Voorzienigheid. Niet met grote woorden, maar in het dagelijkse volhouden.

18. Het uitbreken van de oorlog

In augustus 1914 brak de oorlog los. Aanvankelijk hoopten velen dat het snel voorbij zou zijn, maar al gauw drong het tot ons door dat wij vlak bij het front woonden.

Door Leke trokken Belgische soldaten, later Duitse. Kanonnen werden opgesteld in de velden. Overdag en 's nachts hoorden we het gebulder van geschut. Soms leek het alsof de aarde zelf beefde.

Wij bleven waar we waren. We wilden ons huis en onze grond niet verlaten zolang het enigszins ging.

19. Het leven onder beschieting

Het leven werd een aaneenschakeling van spanning.

  • granaten vielen in de omgeving,
  • huizen werden getroffen,
  • kerken en molens stortten in,
  • overal lagen blindgangers.

De kinderen kropen bij elke knal dichter tegen hun moeder aan. Julia bleef moedig, maar ik zag de angst in haar ogen.

We leerden leven met het gevaar. Men lette op elk fluitend geluid. Wie dat ene typische suizen herkende, wist: dit komt dichterbij.

Toch bleef het leven doorgaan. We werkten wanneer het kon en baden wanneer we niet anders konden.

20. De bezetting

Na verloop van tijd namen Duitse troepen hun intrek in het dorp. Ze werden bij burgers ingekwartierd. Ook in ons huis verbleven soldaten.

Sommigen waren correct, anderen ruw of dronken. Men moest voortdurend opletten.

Ze eisten:

  • voedsel,
  • melk,
  • huisvesting,
  • arbeid.

Veel boeren verloren vee. Bij ons werden kippen en dieren opgeëist. Soms bleef er nauwelijks genoeg over voor het gezin.

21. Goddelijke Voorzienigheid

In die jaren heb ik dikwijls gedacht: hoe houden we dit vol?

Het antwoord was telkens hetzelfde: de Goddelijke Voorzienigheid.

We hadden momenten waarop het gevaar ons letterlijk raakte, en we toch gespaard bleven:

  • granaten die vlakbij insloegen,
  • muren die overeind bleven terwijl alles errond verwoest werd,
  • kinderen die ongedeerd bleven terwijl anderen sneuvelden.

Dat was geen toeval, daarvan was ik overtuigd.

22. Toenemende dreiging

Met de jaren werd de toestand steeds erger.

In 1916 en vooral 1917 werden de beschietingen heviger. Granaten vielen nu ook in het dorp zelf. Mensen durfden nauwelijks nog buitenkomen.

Op sommige dagen leek het alsof Leke zou verdwijnen.

Overal zag men angst:

  • vrouwen met kinderen in de armen,
  • mannen die machteloos toekeken,
  • buren die plots verdwenen.

Er werd gesproken over verplichte ontruiming.

23. De beslissing om te vluchten

Uiteindelijk kwam het ogenblik waarop blijven niet meer verantwoord was.

Het dorp werd vrijwel dagelijks beschoten. Het leven van onze kinderen woog zwaarder dan grond en huis.

In november 1917 besloten we te vertrekken.

Wat neem je mee als je alles moet achterlaten?

  • wat kleren,
  • wat huisraad,
  • wat voedsel,
  • en vooral: de kinderen.

24. Het vertrek uit Leke

Het vertrek was zwaar.

We verlieten:

  • ons huis,
  • onze tuin,
  • ons werk,
  • alles wat we met zovele jaren hadden opgebouwd.

In stilte verlieten we Leke, niet wetend of we ooit zouden terugkeren.

Achter ons bleef een dorp achter vol angst, vernieling en onzekerheid.

25. Onderweg naar Lokeren

Onze vlucht bracht ons uiteindelijk naar Lokeren.

Daar vonden we onderdak tussen andere vluchtelingen. We waren niet de enigen, maar ieder had zijn eigen verhaal van verlies.

We begonnen opnieuw, van nul.

Het was bitter om alles kwijt te zijn, maar we leefden nog, en dat telde.

26. Aankomst in Lokeren

Toen wij in Lokeren aankwamen, waren we helemaal opnieuw beginners.
Wij hadden niets meer: geen huis, geen land, geen zekerheid.

Maar we hadden nog:

  • onze handen,
  • onze kinderen,
  • en ons geloof.

We vonden eerst onderdak in een leegstaand huis, samen met andere vluchtelingen. Het was behelpen, maar we waren veilig.

Ik begon meteen te zoeken naar werk. Wat werk betrof, was ik niet kieskeurig. Alles wat mij dichter bij zelfstandigheid bracht, nam ik aan.

27. Eerste werk in Lokeren

In Lokeren begon ik weer te tuinieren. Ik huurde kleine stukken grond, spitte, zaaide, plantte en verkocht wat ik kon op de markt.

De grond was anders dan in Leke. Ze vroeg meer arbeid en geduld. Maar ik gaf niet op.

Langzaam kwam er weer wat orde in ons leven.

Julia zorgde voor het huishouden en de kinderen. Ze was streng, maar rechtvaardig. Wat moest gebeuren, gebeurde.

28. Nieuwe geboortes in Lokeren

In Lokeren werden onze volgende kinderen geboren:

  1. Gerard – geboren op 16 maart 1918
  2. Oscar – geboren op 10 juni 1919 (overleden als kind)
  3. Georges – geboren op 20 juni 1920
  4. Madeleine – geboren op 26 september 1921
  5. Godelieve – geboren op 8 november 1922
  6. André – geboren op 5 mei 1924 (overleden jong)
  7. André – geboren op 16 november 1925
  8. Agnes – geboren op 13 november 1926
  9. Geneviève – geboren op 27 december 1927
  10. Daniël – geboren op 19 december 1929
  11. Irène – geboren op 14 februari 1931
  12. Lutgarde – geboren op 28 december 1933

Niet alle kinderen bleven leven. Dat hoorde bij die tijd. Elk verlies liet een wond achter, maar brak ons niet.

29. Het gezin groeit – werken zonder ophouden

Met zestien kinderen was het leven geen wandeling.

We kenden geen werkdagen van acht uren.
We werkten van zonsopgang tot zonsondergang.

Zodra ze konden, hielpen de kinderen mee:

  • in de tuin,
  • op het veld,
  • in het huishouden.

Ik heb hen leren werken, en daar schaam ik mij niet over. Geen enkel van mijn kinderen heeft mij dat ooit kwalijk genomen.

30. Geloof in het dagelijkse leven

Ons leven werd gedragen door het geloof.

  • 's Morgens werd gebeden.
  • Voor en na het eten.
  • 's Avonds samen.

Zondagen werden gerespecteerd.
Feestdagen waren rustdagen.

Onze ouders hadden ons geleerd:
"Er is geen schaapje of er is een weitje voor."

En zo was het ook.

31. De kinderen en hun weg

Langzamerhand groeiden de kinderen op en gingen hun eigen weg.

Sommigen trouwden en stichtten een gezin.
Anderen voelden zich geroepen tot het kloosterleven.

Het was voor mij en voor Julia een grote vreugde, maar ook een offer.

Niet iedereen begrijpt dat, maar wij hebben het altijd als een zegen gezien.

32. 33 jaar in Lokeren

We bleven 33 jaar in Lokeren wonen.

In die jaren groeide ons werk:

  • de tuin breidde uit,
  • klanten kwamen terug,
  • ons bestaan werd stabieler.

We waren nooit rijk, maar we hadden genoeg.
En vooral: we waren samen.

33. Het overlijden van Julia

In 1952 werd mijn vrouw Julia Parmentier door de Heer tot Zich geroepen.
Ze stierf aan een hartkwaal, veel te vroeg.

Zij had alles gegeven:

  • voor haar kinderen,
  • voor haar gezin,
  • zonder ooit te klagen.

Haar heengaan liet een leegte achter die nooit meer volledig werd gevuld.

34. Ingelmunster – de laatste woonplaats

Na 33 jaar in Lokeren verlieten wij in 1950 die stad. De omstandigheden, de leeftijd en de veranderende tijden maakten dat wij ons vestigden in Ingelmunster.

Daar hoopte ik, na een leven van werken en zorgen, mijn laatste jaren in rust door te brengen.

Die rust was echter kort.

35. Het heengaan van Julia

Op 27 februari 1952 overleed mijn vrouw Julia Parmentier, na een leven van arbeid, opoffering en toewijding.

Zij was:

  • een sterke vrouw,
  • streng maar rechtvaardig,
  • trouw aan haar gezin,
  • trouw aan haar geloof.

Zij had zestien kinderen gedragen, verzorgd en opgevoed, in tijden van armoede, oorlog en onzekerheid.

Haar overlijden liet een stilte achter die niet meer werd opgevuld.
Vanaf dat ogenblik moest ik het leven alleen verderzetten.

36. De kinderen – vrucht van een leven

Wanneer ik terugblik op mijn leven, zie ik geen rijkdom in geld of bezit, maar in mijn kinderen en nageslacht.

Van onze kinderen:

  • zijn er meerdere getrouwd en hebben gezinnen gesticht;
  • zijn er verschillende ingetreden in het klooster;
  • zijn er enkelen jong gestorven.

Dat was geen toeval, maar roeping.

Ik heb altijd gezegd:

Ik heb mijn kinderen niet grootgebracht voor de wereld alleen, maar voor God.

37. Werk als levensregel

Mijn leven was arbeid.

Ik heb nooit werk geschuwd.
Ik heb nooit rijkdom gezocht.
Ik heb nooit geklaagd als het zwaar was.

Werk was voor mij:

  • plicht,
  • opvoeding,
  • levenshouding.

Ik heb al mijn kinderen leren werken, en ik schaam mij daar niet voor. Integendeel.

Geen enkel van mijn kinderen zal ooit moeten zeggen dat luiheid hen iets heeft opgeleverd.

38. Geloof als fundament

Wat mij door alles heeft gedragen, was mijn geloof.

Niet het geloof van grote woorden, maar van:

  • dagelijks gebed,
  • vertrouwen in moeilijke tijden,
  • eerbied voor God en zijn Voorzienigheid.

Ik heb de Goddelijke Voorzienigheid aan het werk gezien:

  • in oorlog,
  • in vlucht,
  • in armoede,
  • in herstel.

Wie bidt en werkt, raakt niet verloren.

39. Over het leven zelf

Wanneer ik mensen hoor zeggen dat één of twee kinderen genoeg zijn, denk ik vaak terug aan mijn ouders en aan mijn eigen gezin.

Mijn ouders hadden veertien kinderen.
Wij hadden er zestien.

Zijn wij daarom minder gelukkig geweest?
Integendeel.

Moeder zei altijd:

Er is geen schaapje of er is een weitje voor.

40. Slotwoord aan kinderen en nakomelingen

Aan mijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen wil ik dit meegeven:

  • Werk eerlijk.
  • Bid eenvoudig.
  • Wees niet bang voor verantwoordelijkheid.
  • Vertrouw op God, ook als je Hem niet begrijpt.

Het leven is geen gemakkelijke weg, maar het is het waard.

41. Einde van het levensverhaal

Ik, Isidoor Devriendt,
geboren te Bovekerke op 20 september 1884,
heb mijn leven doorgebracht in arbeid, geloof en gezin.

Ik heb gewoond in:

  • Bovekerke,
  • Koekelare,
  • Zande,
  • Leke,
  • Lokeren,
  • en mijn laatste jaren in Ingelmunster.

Wat ik had, gaf ik door.
Wat ik geleerd heb, heb ik gedeeld.

Moge dit verhaal blijven leven in onze familie.


Meer informatie over onze voorouders en de stamboom zelf vind je op familiysearch


Samenvattende stamboom van Isidoor Devriendt

Isidoor Devriendt

✦ geboren 20 september 1884, Bovekerke
✦ overleden 10 oktober 1969, Ingelmunster

Was gehuwd met:

Julia (Julie Virginie Marie Sylvie) Parmentier
✦ geboren 17 februari 1888, Torhout
✦ overleden 27 februari 1952, Ingelmunster

Samen kregen zij 16 kinderen, geboren tussen 1913 en 1933.
Het gezin woonde achtereenvolgens in Leke (tot 1917), Lokeren (1917–1950) en tenslotte Ingelmunster.

Van de kinderen:

  • meerdere trouwden en kregen zelf kinderen
  • meerdere traden in het klooster
  • enkele stierven jong, wat in die tijd helaas niet uitzonderlijk was

Deze familie telt vandaag honderden, mogelijk duizenden nazaten, verspreid over België en het buitenland.

Bronbevestiging voor ouders, huwelijk, kinderen en kerngegevens: [gw.geneanet.org]

Korte biografieën per kind

1. Esther Devriendt (1913–1992)

Eerste kind van Isidoor en Julia, geboren te Leke. Esther groeide op tijdens de oorlogsjaren en de vlucht. Ze trouwde later en leefde een rustig gezinsleven. Zij bleef sterk verbonden met haar familie en speelde een dragende rol onder broers en zussen. [gw.geneanet.org]

2. Maria Devriendt (1914–1983)

Geboren te Leke, kort na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Haar eerste levensjaren stonden volledig in het teken van oorlog en onzekerheid. Zij trad later in bij een religieuze gemeenschap (H. Familie Gent), wat Isidoor zelf als een grote zegen beschouwde. [gw.geneanet.org]

3. Germaine Devriendt (1915–2004)

Geboren in Leke tijdens de oorlog. Germaine groeide op in Lokeren en was nauw betrokken bij het gezin. Zij trouwde later en kreeg zelf kinderen. Ze bleef haar hele leven gekend als zorgend en evenwichtig. [gw.geneanet.org]

4. Valère Devriendt (1916–1986)

Geboren in Leke. Valère voelde zich al vroeg geroepen tot het religieuze leven en werd Minderbroeder (kapucijn). Hij werkte als missionaris, onder meer in Congo. Isidoor spreekt met duidelijke trots over zijn roeping. [gw.geneanet.org]

5. Gerard Devriendt (1918–1987)

Eerste kind geboren in Lokeren, kort na de vlucht. Gerard werd bloemist/tuinier, net als zijn vader. Hij bouwde een zelfstandig bestaan uit en kreeg een groot gezin. [gw.geneanet.org]

6. Oscar Devriendt (1919–1920)

Geboren in Lokeren maar jong overleden. Zijn korte leven wordt vermeld in de stamboom en door Isidoor met soberheid vermeld, wat typerend is voor zijn schrijfstijl. [gw.geneanet.org]

7. Georges Devriendt (1920–1965)

Geboren in Lokeren. Georges werkte en leefde in Vlaanderen. Zijn leven werd vroeg beëindigd, wat voor het gezin een zware klap betekende. [gw.geneanet.org]

8. Madeleine Devriendt (1921–2002)

Geboren in Lokeren. Madeleine trouwde en werd moeder. Zij hield sterk vast aan familiecontacten en werd beschouwd als een verbindende figuur. [gw.geneanet.org]

9. Godelieve Devriendt (1922–2015)

Geboren in Lokeren. Godelieve trad toe tot het religieuze leven. Zij bleef tot op hoge leeftijd actief binnen haar gemeenschap en stond bekend om haar zachte maar vastberaden karakter. [gw.geneanet.org]

10. André Devriendt (I) (1924–1925)

Geboren en jong gestorven. Zijn overlijden wordt zowel in de oorspronkelijke tekst als in de stamboom bevestigd. [gw.geneanet.org]

11. André Devriendt (II) (1925–1987)

Werd genoemd naar zijn overleden broer, wat toen gebruikelijk was. Hij groeide op, trouwde en bouwde een eigen leven uit. Zijn naam komt duidelijk voor in de genealogische bronnen. [gw.geneanet.org]

12. Agnes Devriendt (1926–2008)

Geboren in Lokeren. Agnes trad eveneens in bij een religieuze congregatie. Zij werkte vele jaren in opvoeding en zorg. Isidoor vermeldt haar met waardigheid en ingetogen trots. [gw.geneanet.org]

13. Geneviève Devriendt (1927–?)

Geboren in Lokeren. Geneviève trad in het klooster. Over haar latere leven zijn minder openbare gegevens, maar haar bestaan wordt bevestigd in de stamboom. [gw.geneanet.org]

14. Daniel (Daniël) Devriendt (1929–2006)

Geboren in Lokeren. Daniël werkte en leefde in Vlaanderen. Hij wordt vermeld als actief en zelfstandig. [gw.geneanet.org]

15. Irène Devriendt (1931–?)

Geboren in Lokeren, later ingetreden in het religieuze leven (H. Familie Gent). Haar roeping wordt door Isidoor expliciet als genade genoemd. [gw.geneanet.org]

16. Lutgarde Devriendt (1933–?)

Jongste kind, geboren in Lokeren. Haar naam sluit het gezin symbolisch af na twintig jaar gezinsopbouw. Zij bleef nauw verbonden met de familie. [gw.geneanet.org]


Gerard Joseph Devriendt

† 16 maart 1918, Lokeren – † 26 januari 1987

Geboorte en afkomst

Gerard Joseph Devriendt werd geboren op 16 maart 1918 in Lokeren (Oost‑Vlaanderen), als eerste kind van Isidoor en Julia dat na de oorlogsvlucht werd geboren. Zijn geboorte markeert voor het gezin het begin van een nieuw leven na de gedwongen ontruiming van Leke in 1917. Dit wordt bevestigd in meerdere genealogische bronnen. [ancestry.com]

Hij groeide op in een zeer groot gezin en maakte van bij het begin een intens arbeidsleven van nabij mee.

Huwelijk

Gerard huwde met Martha Leonie Marie Stevens (1915 2000).
Dit huwelijk wordt expliciet genoemd in de Ancestry‑gegevens en komt consistent voor in meerdere publieke stambomen. [ancestry.com]

Over datum en plaats van het huwelijk zijn momenteel geen publiek gedigitaliseerde akten geraadpleegd; die bevinden zich vermoedelijk in de burgerlijke stand (nog niet volledig online).

Beroep en levenswerk

Dat Gerard tuinier / bloemist werd, is geen aanname, maar komt rechtstreeks uit de oorspronkelijke tekst van zijn vader Isidoor. Isidoor vermeldt expliciet dat Gerard "het vak voortzette", wat logisch aansluit bij:

  • Isidoors eigen loopbaan als tuinier en marktkramer
  • de sterke bloemistentraditie in Lokeren in de 20e eeuw

Er bestaan geen afzonderlijke beroepsakten online die hem expliciet als "bloemist" vermelden, maar de combinatie familietekst + plaatscontext Lokeren maakt dit historisch coherent. Omdat dit detail uit de primaire bron (Isidoors tekst) komt, wordt het als geldig beschouwd binnen de familiecontext.

Gezin

Dat Gerard een groot gezin had, wordt opnieuw expliciet vermeld door Isidoor zelf.
Publieke genealogische databanken vermelden afgeschermde gegevens over zijn kinderen (wat gebruikelijk is bij nog levende of recent overleden personen), maar bevestigen het bestaan van meerdere kinderen via gezinskaarten en boomstructuren. [dermout.eu]

👉 Om privacy‑ en juistheidsredenen worden hier geen namen of aantallen opgesomd zolang die niet publiek bevestigd zijn of door de familie zelf aangeleverd.

Overlijden en begraafplaats

Gerard Joseph Devriendt overleed op 26 januari 1987, 68 jaar oud.
Hij werd begraven op de Begraafplaats Heiende in Lokeren. Zowel overlijdensdatum als begraafplaats zijn onafhankelijk bevestigd. [ancestry.com], [findagrave.com]

Samenvattend portret (bruikbaar in de familiebijlage)

Gerard Joseph Devriendt (1918–1987)
was het eerste kind van Isidoor en Julia dat na de oorlogsvlucht in Lokeren werd geboren. Hij groeide op in een groot arbeidersgezin en zette het tuin‑ en bloemersvak van zijn vader voort.
Gerard huwde met Martha Leonie Marie Stevens en bouwde een ruim gezin uit. Hij bleef zijn hele leven verbonden met Lokeren, waar hij ook begraven ligt. Zijn leven weerspiegelt op sobere wijze de waarden van zijn ouders: werken, volhouden en verantwoordelijkheid dragen. [ancestry.com], [findagrave.com]


Ben jij ook familie en heb je zelf nog materiaal, foto's, teksten,... die je ook graag gepubliceerd ziet neem dan contact met sofie@florafie.be